Ouderreis Stanislascollege Delft
 

Keizer Theodosius door bisschop Ambrosius terecht gewezen

Cok leest in het Oktagon deze brief voor n.a.v. de bloedige slachtpartij onder de Thessalonicenzen, in het Hippodromos

Keizer Theodosius heeft onlangs vanuit zijn residentie in Nicomedia (in het huidige Turkije) een bezoek gebracht aan Rome. Ambrosius, bisschop van Milaan, heeft bij die gelegenheid verzuimd hem te begroeten.

Bisschop Ambrosius aan de allerverhevenste keizer Theodosius

1. De herinnering aan onze oude vriendschap is mij lief en de goedheid, waarmee U herhaalde malen op mijn verzoek weldaden aan anderen hebt bewezen, staat mij steeds voor ogen. Hieruit kunt U begrijpen, dat het geen ondankbaarheid was, die gemaakt heeft, dat ik niet aanwezig was bij uw aankomst. Wat daar dan wel de oorzaak van was, moge ik U in het kort verklaren.

6. Er is in Thessaloniki iets gebeurd, dat sinds mensenheugenis niet is voorgevallen; iets, dat ik niet heb kunnen beletten, doch waarvan ik U bij mijn herhaalde verzoeken de grote wreedheid onder ogen heb gebracht. De ernst van die daad, die U blijkens Uw - te late - herroeping ook beseft, kon ik niet verkleinen. Toen de eerste tijding er van ons bereikte, was er juist een synode samengekomen. Er was niemand, die er niet om zuchtte, niemand die het niet met grote ontroering vernam. Er was geen absolutie voor uw daad, zelfs al had ik de gemeenschap met U onderhouden. De algemene verontwaardiging zou zich ook op mij gericht hebben, als niemand U gezegd had, dat het voor U nodig is, U met onze God te verzoenen.

7. Of schaamt Uwe Majesteit zich, te doen wat David, de koning-profeet, de vader van Christus naar het vlees, gedaan heeft? Hem werd meegedeeld dat een rijke, die talrijke kudden bezat, het enige schaap van een arme had gestolen en gedood om een gast te ontvangen. En, begrijpend dat hij het zelf was, die beschuldigd werd, riep hij uit: Ik heb gezondigd tegen de Heer (2 Samuel 12, 13).Wil er dus niet ongeduldig onder worden, Majesteit, wanneer er tot U gezegd wordt: U hebt gedaan wat door de profeet aan koning David verweten werd. Want wanneer U dit met diepe aandacht aanhoort en zegt: Ik heb gezondigd tegen de Heer en ook dat profetenwoord van die koning tot het uwe maakt: Treedt toe, laten wij ons nederwerpen en ons buigen, knielen voor de Heer onze Maker ( Psalm 95:6), dan zal ook tot U gezegd worden: Aangezien gij berouw hebt, vergeeft de Heer u uw zonde en zult gij niet sterven.

11. Ik heb dit niet geschreven om U te vernederen, maar opdat het voorbeeld van deze koning U er toe moge brengen, deze zonde uit uw koninkrijk weg te nemen. De zonde wordt slechts weggenomen door tranen en boete.

Keizer Theodosius en bisschop Ambrosius; schilderij door Anthonius van Dyck, 17e eeuw

12. Ik raad U, ik smeek U, ik spoor U aan, ik waarschuw U, want het doet mij verdriet, dat U, die het voorbeeld van een bijzondere vroomheid was, die de deugd van vergevensgezindheid in de hoogste mate bezat, die de bestraffing van één onschuldige niet eens kon verdragen, nu niet berouw hebt over de dood van zovele onschuldigen. Hoe gelukkig U ook in de oorlogen geweest bent, hoeveel lof U ook in andere opzichten verworven hebt, het hoogste in uw leven was altijd de vroomheid.

15. U wilt vanzelf aan God aangenaam zijn. Maar U zult eerst dan Uw offerande brengen, als U daartoe de gelegenheid weer hebt gekregen, wanneer God uw gave kan aanvaarden. Ook het eenvoudige gebed is een offerande, het verwerft vergiffenis voor U, terwijl het bijwonen van de mis Gods toorn over U brengt. Er is dan ook een uitspraak van God, dat Hij liever heeft, dat Zijn wil gedaan wordt dan dat Hem offerande gebracht wordt. Dit is Gods Woord, dit is Mozes' boodschap aan het volk, dit is Paulus' prediking aan de wereld. Doe datgene, waarvan U inziet, dat het op dit ogenblik de beste uitwerking heeft. Barmhartigheid wil ik en geen offerande, zegt God (Samuel 15:22). Zijn dat niet betere Christenen, die hun eigen zonde veroordelen, dan die ze menen te moeten verdedigen? Want de rechtvaardige is in het begin de aanklager van zijn eigen woorden. Wie zichzelf beschuldigt, wanneer hij gezondigd heeft, is een rechtvaardige, niet degene, die zichzelf prijst.

Uit Brief 51 van Ambrosius

 
teksten/brief_ambrosius.txt · Laatst gewijzigd: 2007/08/23 00:38 door luc
 
Recent changes RSS feed Creative Commons License Donate Powered by PHP Valid XHTML 1.0 Valid CSS Driven by DokuWiki