Ouderreis Stanislascollege Delft
 

De slag bij Actium

Thecla en Theo beschrijven de slag bij Actium, terwijl we bij het monument voor Augustus staan

61. Toen men klaar stond voor de strijd had Antonius niet minder dan 500 oorlogsschepen, waarbij veel met acht rijen roeibanken, zelfs met tien rijen, uitgerust met een pracht als moesten ze voor een regatta dienen. Aan troepen had hij 100.000 man te voet en 12.000 ruiters. Vele onderworpen vorsten trokken met hem ten strijde trokken. Octavianus beschikte over 250 oorlogsschepen, 80.000 man infanterie en een ruiterij, ongeveer even groot als die van zijn vijanden.
Antonius oefende gezag uit van de Eufraat en Armenië af tot aan de lonische zee en IlIyrië; Octavianus van IlIyrië tot de oceaan in het westen en van daar weer terug naar de Tyrrheense en Sicilische zee. Van Afrika had Octavianus wat tegenover Italië, Gallië en Spanje ligt tot aan de zuilen van Heracles; van Cyrene tot Ethiopië toe hoorde het aan Antonius.

62. Maar zozeer was hij blijkbaar het aanhangsel van een vrouw geworden dat hij ondanks zijn grote overwicht te land de beslissing ter zee zocht. Dat was om Cleopatra te plezieren, terwijl hij toch zelf zag dat zijn kapiteins uit gebrek aan bemanning in het al zo beproefde Griekenland reizigers, ezeldrijvers, landarbeiders en jonge knapen ronselden. Desondanks werden de bemanningen niet voltallig, maar de meeste schepen kwamen te kort en konden slecht manoeuvreren. De schepen van Octavianus daarentegen waren niet hoog gebouwd en niet voor de pronk opgetuigd, maar ze waren snel en gemakkelijk te wenden en ze waren volledig bemand.

63. Maar Cleopatra won het met haar mening dat de beslissing ter zee gezocht moest worden, hoewel ze al aan vluchten dacht en haar maatregelen niet nam om de overwinning te helpen behalen, maar om bij tegenslag het gemakkelijkst weg te komen…..

64. Toen het besluit om een zeeslag te leveren vaststond, liet Antonius de Egyptische schepen op zestig na in brand steken. De grootste en beste schepen bemande hij met 20.000 zwaargewapenden en 2000 boogschutters. Men vertelt dat een officier van het voetvolk, die menig gevecht voor Antonius geleverd had en aan alle kanten littekens droeg, in jammeren uitbarstte toen Antonius passeerde, en zei: „Imperator, waarom miskent u deze wonden en dit zwaard en stelt u uw hoop op miserabele schepen? Laat Egyptenaren en Phoeniciërs op zee vechten, maar geef ons het land waarop we gewend zijn te staan, tot we gesneuveld zijn of gewonnen hebben.” Antonius gaf geen antwoord; alleen met een handgebaar en door zijn gezichtsuitdrukking spoorde hij de man aan moed te houden. Toen ging hij verder, zonder grote verwachtingen, daar hij zelfs de kapiteins, die de zeilen op het land wilden laten, gedwongen had ze aan boord te nemen onder het voorwendsel, dat geen enkele vijand mocht ontkomen als ze op de vlucht geslagen waren.

Slag bij Actium, op een schilderij van Lorenzo A. Castro uit 1672

65. Die dag en de drie volgende maakte een felle wind de zee zo woelig dat er geen slag geleverd kon worden. Maar op de vijfde dag was het windstil en kalme zee zodat ze slaags raakten. Antonius was op de rechtervleugel met Publicola, Coelius op de linkervleugel, en in het centrum waren Marcus Octavius en Marcus Insteius. Octavianus had Agrippa op de linkervleugel geplaatst en zelf de rechtervleugel genomen. De landstrijdkrachten van Antonius stonden onder Canidius, die van Octavianus onder Taurus; deze bleven werkeloos op de kust opgesteld. Wat de opperbevelhebbers betreft, Antonius voer in een sloep rond om de soldaten aan te sporen: ze moesten, gezien de zwaarte van de schepen, als op het land vechten zonder hun positie te wijzigen; de scheepskapiteins raadde hij aan met hun schepen het rammen van de vijanden af te wachten, als lagen ze rustig voor anker, en in de mond van de golf te blijven, waar weinig ruimte was voor manoeuvreren.
Octavianus had zijn tent nog in het donker verlaten en liep rond om de schepen te bezien toen hij een man met een ezel tegenkwam. Hij vroeg hem naar zijn naam, en deze, die hem herkende, zei: „Ik heet Eutychus (= Geluksvogel), en mjn ezel heet Nikoon (= Winnaar).” Daarom heeft Octavianus later, toen hij ter plaatse een monument oprichtte van scheepssnebben, daar een man met een ezel van brons bijgezet. Toen hij de rest van zijn linie geïnspecteerd had, liet hij zich in een boot naar de rechtervleugel brengen. Daar zag hij met verbazing de vijand onbeweeglijk in de nauwe straat liggen; het leek alsof de schepen voor anker lagen. Lange tijd geloofde hij dat dit inderdaad het geval was en hield zijn eigen schepen op een afstand van ongeveer acht stadiën (= ca. 1,5 km.). Maar toen op het zesde uur (= midden op de dag) een wind uit zee opstak, kregen de mannen van Antonius genoeg van het wachten; vertrouwend op de hoogte en zwaarte van hun schepen, die ze als onaantastbaar beschouwden, brachten ze hun linkervleugel in beweging. Octavianus zag dit met blijdschap; hij liet zijn rechtervleugel achteruit gaan om de vijand nog meer uit de golf en de zeestraat naar zich toe de hoge zee op te lokken en dan de door hun grootte en onvolledige bemanning logge en slecht wendbare schepen met zijn eigen lichte schepen te omsingelen en aan te vallen.

66. De strijd begon, maar er was geen sprake van rammen of scheepswanden inboren. De schepen van Antonius konden door hun zwaarte niet de vaart krijgen waardoor het rammen met de snebben effectief wordt. Die van Octavianus pasten er wel voor op met hun snebben op de harde bronzen snebben van hun tegenstander in te varen; ze waagden het zelfs niet om ze in de flank te rammen, omdat hun snebben gemakkelijk zouden afknappen door een botsing met schepen, die gebouwd waren van grote vierkante, met ijzer aan elkaar geklonken balken. Daardoor had de strijd veel van een veldslag, of liever nog van een bestorming. Drie of vier schepen van Octavianus vielen tegelijk een van die van Antonius aan, en men vocht met speren, lansen, staken en brandsperen; de soldaten van Antonius schoten ook, met katapulten uit houten torens.
Toen Agrippa de linkervleugel liet uitzwaaien om een omsingeling te proberen, moest Publicola zijn schepen tegen hem in sturen; daardoor raakte hij los van het centrum. Zo ontstond verwarring in het centrum, dat in een gevecht verwikkeld was met Arruntius, een nog onbeslist gevecht met kansen voor beide partijen. Maar toen zag men plotseling de zestig schepen van Cleopatra de zeilen hijsen om weg te varen en dwars door de vechtende vloot heen wegvluchten; ze lagen namelijk achter de grote schepen en moesten daar dus tussendoor, wat verwarring veroorzaakte. De vijanden keken verbaasd toe, toen ze haar vóór de wind in de richting van de Peloponnesos zagen koersen. En toen liet Antonius duidelijk blijken dat hij niet geleid werd door het inzicht van een aanvoerder, noch van een man noch, eerlijk gezegd, van zichzelf, maar, zoals iemand eens geestig gezegd heeft dat de ziel van een verliefde woont in een vreemd lichaam, hij liet zich door die vrouw meeslepen als was hij met haar samengegroeid en moest hij haar bewegingen volgen. Want nauwelijks had hij haar schip zien wegvaren of hij vergat alles, liet de mannen, die voor hem streden en sneuvelden in de steek, stapte over op een galei met vijf rijen roeibanken en haastte zich achter de vrouw aan die hem reeds ten verderve geleid had en hem nog later volkomen in het verderf zou storten.

Ploutarchos, Leven van Antonius

 
teksten/de_slag_bij_actium.txt · Laatst gewijzigd: 2007/08/19 22:55 door luc
 
Recent changes RSS feed Creative Commons License Donate Powered by PHP Valid XHTML 1.0 Valid CSS Driven by DokuWiki