Ouderreis Stanislascollege Delft
 

De dood van Orpheus

Josta leest in Dion voor hoe Orpheus zelf aan zijn einde komt en dan Eurydice weer terugziet

Terwijl de dichter dus met zijn zangen
dieren, geboomte en zelfs rotsen in zijn voetspoor lokt,
gebeurt er dit: het vrouwvolk, in Bacchantenstemming,
gehuld in dierevellen, krijgt vanaf een heuveltop
een man in 't oog die verzen voegt bij citerklanken: Orpheus.
Een van de vrouwen schudt haar lokken in de wind en roept:
'Kijk daar! Daar heb je onze vrouwenhater!' en ze slingert
haar thyrsus naar dat zingend Apollinisch dichtershoofd,
raakt het, maar wondt het niet, omdat de tak dik is bebladerd.
Een ander smijt een steen naar hem, maar die wordt in de lucht
door harmonie van stem en snaren in zijn vaart geremd
en valt vlak voor zijn voeten neer, als smeekt hij om genade
voor zulk een dwaze aanval. Niettemin neemt het baldadig
geweld nog toe en kent geen maat meer; waanzin heerst en wraak…
Nu zouden al die andere stenen ook wel zijn gezwicht voor
zijn zingen, maar het luid gekrijs, het handgeklap, de klank
van kromgebogen toeters, van timpaan en Bacchuskreten
hebben zijn citerzang gedempt, en toen de dichtersstem
niet meer te horen was, heeft steen na steen zijn bloed gedronken.

Orpheus wordt gedood door de Maenaden; 460 v.Chr. door Hermonax

Dan stort zich heel die troep op Orpheus' luisterrijk gehoor,
verscheurt dat weids publiek van vogels, slangen, wilde dieren,
ontelbaar vele, steeds nog door die dichterszang geboeid;
vervolgens gaan ze af op Orpheus zelf, bloed aan hun handen,
ze dringen om hem heen als vogels … Met hun klimopgroene thyrsus,
bepaald niet voor dit doel bestemd, slaan ze de dichter neer,
gooien met kluiten, sommigen met afgerukte takken,
met brokken steen. Hun razernij vindt materiaal genoeg,…
en hoe hij ook de armen strekt en vruchteloze woorden -
toen voor het eerst! - laat klinken met een stem die niet ontroert,
ze doden hem, de heiligschensters, en helaas, zijn adem
is door die dichtersmond, die zelfs door stenen werd verstaan,
die spreekbuis was voor wilde dieren, op de wind vervlogen.
De vogelwereld treurde om Orpheus, diepbedroefd; ook treurden
de wilde dieren, koude rotsen, bossen die zo dikwijls
door 't zingen waren meegelokt; met afgevallen loof
stond menig kale boom in rouw; hele rivieren - zegt men -
zwollen door eigen tranenstroom, en bos- en waternimf
droegen loshangend haar en zwartomzoomde linnen waden….
Zijn ziel daalt onder aarde. Alles wat hij daar al eerder
gezien had, kent hij terug. Rondspeurend naar Eurydice
treft hij haar aan in de Elysese velden en vol liefde
omhelst hij haar. Sindsdien zijn zij daar samen, zij aan zij
of een voorop en een die volgt - dan is het dikwijls Orpheus
die omkijkt, maar nu zonder angst, naar zijn Eurydice.

Ovidius Metamorphosen XI 1 - 49 en 61 – 66

 
teksten/dood_orpheus.txt · Laatst gewijzigd: 2007/08/23 00:27 door luc
 
Recent changes RSS feed Creative Commons License Donate Powered by PHP Valid XHTML 1.0 Valid CSS Driven by DokuWiki